waterwerken

 

When shit hits the fan mag u er zeker van zijn dat uw volledige bovenkamer ondergespetterd wordt. Helder nadenken is niet meer aan de orde, u slaakt kreten waar zelfs een doorgewinterd dierenverzorger van zou opkijken en perst iedere druppel lichaamsvocht uit uw ogen om toch maar meer ruimte vrij te maken voor suikers en koolhydraten.

Ergens temidden deze veldslag komt er een moment waarop u uit uzelf treedt en uzelf bekijkt zoals u werkelijk bent: een zielig hoopje snot en kruimels dat al klauwend in het versgesteven hotelbeddengoed naar zichzelf op zoek is. Ja lui, dit weekend was ik flink op weg om de uitspraak die Joël De Ceulaer een jaar geleden deed eer aan te doen: los van het feit dat ik wél een lief heb en mijn ondergoedlade er nagenoeg nog schabouw’lijker uitziet dan de hare leek ik echt even de Vlaemsche Bridget Jones: a whole lotta drama and a whole lotta ass.

Toegegeven; mijn bleitfest was een tikkeltje gerechtvaardigd. Ik zat als zesentwintigjarige in een vreemde stad met een bankkaart waar geen cent meer opstond en een BMI dat de laatste maanden wisselvalliger was dan een doorsnee dag in Christchurch, Nieuw Zeeland. Aangezien mijn mama de weg naar mijn blog gevonden heeft (hallo!) zal ik hier niet uitvoerig beschrijven hoe ik al grienend en biddend enkele honderden euro’s afhaalde met haar visakaart die ik voor noodgevallen had meegekregen om vervolgens het geld als een clandestiene pooier onder mijn beige trenchcoat te verbergen. Ik zal eveneens niet uitweiden over de troostpizza’s, de troostpasta’s, de troostfrietjes en het XL troostpak M&M’s met nootjes waarop ik mezelf de dagen erna getrakteerd had omdat ik daar enkel maar meer goesting in smeerlapperij van krijg.

De essentie van deze blogpost is immers de volgende: ik ga mijn leven beteren. Via een shopstop, het inhuren van een boekhouder en een genadeloos dieet. Idealiter drink ik ook meer water, leer ik hoe ik moet koken en blijf ik nog steeds van de drugs en sigaretten. Ik verzorg mijn planten beter, vergeet mijn teennagels niet bij te lakken en vind mezelf een productieve hobby. Ik ga regelmatig sporten en bel minstens even regelmatig mijn grootouders even op, waarna ik de moed vind om de traphal te poetsen en naar de glasbak te gaan. Wanneer ik thuiskom van het werk vind ik het niet te veel gevraagd de vaatwasser even uit te laden en op zaterdag maak ik liters verse soep waar ik de rest van de week mee verderkom. Bloedonderzoeken laat ik ieder jaar uitvoeren, gewoon om zeker te zijn. Ik lees alle boeken die van mij een meer volledig persoon moeten maken, vergeet niet te informeren naar de gezondheid van mijn buurvrouw en zorg ervoor dat er weer ruimte is op mijn digibox voor de afleveringen van Panorama. Ik flos, ga een lening aan en koop een grotemensenappartement met echtemeubels en als het even kan spaar ik voor mijn pensioen terwijl ik genoeg opzij zet zodat ik eindelijk eens in Praag, Berlijn, Hongkong, Tokio en Argentinië kan geraken. Ik schrijf mijn kerstkaarten een maand op voorhand nadat ik eerst een weekend heb gespendeerd aan ze zelf in elkaar te knutselen en ik onthoud ieders verjaardag. Ik ga knapper worden, ik ga slimmer worden, ik ga liever worden, ik ga attenter worden, ik ga volwassener worden, ik ga ordelijker worden, ik ga zuiniger worden, ik ga slanker worden, ik ga sportiever worden, ik ga beter worden.

Maar eerst moet ik dringend eens bijslapen.