foto[1]

Soms zijn dingen zo ironisch dat u niets anders kan dan als een achterlijke zeehond in uw handen klappen en met opengesperde bek om u heen kijken in de hoop dat anderen het net zo hilarisch vinden als uzelf. De term hipster is passé. Zodanig passé zelfs dat mensen die zich nu nog met het woord vereenzelvigen enkel op tragisch hoofdgeschud kunnen rekenen.

Nochtans had de hipster, net als alle andere subculturen, een behoorlijk rekbare houdbaarheidsdatum. Ziet u, wij mensen zijn erop gebrand onszelf te identificeren aan de hand van wat we gemeen hebben met anderen in plaats van op basis van onze eigen unieke eigenschappen. Hiphoppers dragen veel bling, skaters dragen hun broek laag, en punkers hebben veiligheidsspelden door hun neus. Wie droomt van een middeleeuws kasteeltje om haar Ikeazetel op te stellen is gothic, en de ecologisch schijnbewuste neoliberale hyperconsumeerder ((c) @tochthond) werd ‘hipster’ genoemd.

Op zich heeft het iets geborgen, deel uitmaken van een selecte groep die met eigengereide regels en voorschriften een identiteit verzekert. Zeker hipsters hadden heel wat privileges: ze werden met een gniffel aan hun bijnaam geholpen, maar kregen wel het vermoeden van creativiteit en intellect met zich mee. De hipster was de persoon die precies wist welke bands u over drie jaar zult goedvinden, op de hoogte was van welke koffiebonen uw aura openen, het werk van Allen Ginsberg kon voordragen en die u met één goedgeplaatste zucht deed overstappen op biologisch katoen en een doortrapfiets.

De hipster stond, in tegenstelling tot wat we gewoon zijn van subculturen, niet buiten de maatschappij, maar bòven de maatschappij. Rondhangen met hipsters ging gepaard met de hoop dat deze bijzondere wezens iets van hun kennis op u zouden overdragen. Alsof ze in verbinding stonden met een magische wereld waar magazines niet overstelpt worden met advertenties, waar documentaires daadwerkelijk interessant zijn, waar iedereen een oplossing heeft voor de politieke, economische en ecologische impasse en waar alle feestjes lijken op videoclips.

Logisch dus dat veel mensen zich wilden vereenzelvigen met de term hipster middels goedgeplaatste hashtags en ironische T-shirtopschriften. ‘Hipster’- vreemdgenoeg gederiveerd van het woord ‘hip’, wat hetzelfde betekent als ‘populair bij de goegemeente’- werd naast zelfstandig naamwoord ook een bijvoegelijk naamwoord. Kleding, feestjes, muziek, zelfs huisdieren konden “oh zo hipster” zijn, en het woord sloop binnen in liedjesteksten die prompt in de Ultratop 50 belandden.

Aangezien niemand al aan de alarmbel heeft getrokken voel ik mij genoodzaakt. Jongens, meisjes, trendwatcher met goede bedoelingen: als zelfs een winkel als Claire’s baseballpetjes met het opschrift “Hipster” begint te verkopen dan weet u dat uw rijk uit is. Het spel is gespeeld, de vogel is gaan vliegen, de hipster wordt hopster.

Prijs uzelf gelukkig, u mag weer eindeloos herhalingen van Jack&Jill bekijken terwijl u producten van de Coca Cola Company in uw wezen duwt. U hoeft niet meer te doen alsof ‘The Life Aquatic with Steve Zissou’ de beste film is die u ooit zag en u bent eindelijk af van die veel te dure T-shirts van Die Ene Webshop die allicht dezelfde leverancier heeft als Forever21.

Trouwens, het is hoog tijd dat de Original Prankster terug een ‘thing’ wordt.