obsession2A
Hij legde een stevige arm rond mijn middel. Een zweetdruppel baande zich een weg van mijn kruin naar mijn bilspleet; hier had ik zo lang naar uitgekeken! Ik rilde terwijl hij zijn befaamde grijns op me losliet. Ik was er zeker van dat hij mijn knieschijven hoorde knikkebollen, maar hij was zo beleefd er niets van te zeggen. “3,2,1… Lachen!”

Nog voor ik het moment helemaal had kunnen savoureren viel zijn arm weer losjes langs zijn lichaam en kreeg ik een “graag gedaan”, ook al had ik hem helemaal nog niet bedankt. Ik was het wel van plan, dank u te zeggen voor alle avonden die hij had opgeleukt met zijn kwajongensblik, schrandere opmerkingen en zijn sappig Antwerps accent. Hem te laten weten dat ik hem heus wel had opgemerkt, ook al probeerde hij zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven. “Het siert je”, had ik hem op het hart willen drukken, en of hij misschien goesting had in een drankje op het terras van Den Artist?

Ik weet immers dat hij daar af en toe neerstrijkt, de zeldzame keren dat hij in Antwerpen verblijft. Hij houdt van de zelfgemaakte burgers daar, met witloofsalade, en kroketjes. “Dat hebben we alvast gemeen, nudge nudge, wink wink”; ik had die ochtend het gesprek nog geoefend in mijn douche, maar toen het moment aanbrak kon ik enkel nog maar stamelen dat ik “graag nòg een foto wilde want ik had een kale plek ontdekt op de eerste versie”. Bij mezelf welteverstaan, en een foto waarop je zijstreep babybloot schittert in het zonlicht is nu niet bepaald het beeldmateriaal dat je in de archieven bijhoudt voor de kleinkinderen.

“Merci hé!” vergat ik deze keer niet schril te roepen, maar hij hoorde me niet meer. Zijn armen lagen al rond de schouders van een brunette wiens BMI ik enkel zou kunnen benaderen als ik plots zou besluiten dat ik mijn onderlichaam helemaal niet nodig heb. Ik neem het hem niet kwalijk, ik heb hem allicht bijzonder weinig te bieden en kom niet eens op tepelhoogte van het vrouwmens dat nu haar hagelwitte tanden naar hem flashte.

Ik ben echter een realist -altijd al geweest- en besef dat ik dankbaar moet zijn voor dat kostbare moment waarop ik hem even ‘de mijne’ mocht noemen. Vanaf twintig september hang ik als vanouds weer voor de buis, me in te beelden dat die kleine schittering in zijn ogen iets te maken heeft met de opmerking die ik zachtjes verscholen onder mijn tv-deken naar het scherm fluister. Oh Lau, be my pimped out chromed out pussywagon.