schijnimgVandaag heb ik mijn familie uitgebreid. Néé, ik was niet zwanger -al had dat één en ander op penshoogte kunnen verklaren- maar ik heb wel een poetsvrouw in dienst genomen. Iemand die tweewekelijks intieme praktijken als onder uw zetel stofzuigen, uw hemdsboorden strijken en uw lievelingsboeken afstoffen uitvoert is naar mijn mening een volwaardig gezinslid en dus gaf ik haar ook prompt een kus op de wang bij aanvang van haar eerste werkdag.

Ergens voel ik me beschaamd om deze blogpost uit te tikken. “Het Niet Meer Aankunnen” is immers de herpes van het decennium en wij twintigers zouden met alles moeten kunnen jongleren wat het volwassen leven ons toesmijt. Een drukke job moeten we feilloos combineren met een kennis van gezonde, gebalanceerde gerechten en hoe deze te bereiden in een keuken die we na afloop brandschoon achterlaten, terwijl we daarnaast een goed onderhouden kennissenkring van gevarieerde afkomst, huidskleur of seksuele voorkeur moeten weten vermaken met weetjes uit alle kranten, boeken en films die we onlangs verslonden hebben. Ik haak af bij deze rat race en voel me maar een simpele muis wanneer ik de wünderkinderen van mijn generatie naarstig zie nettoyeren en networken.

Pas op, ik wil me wel graag voordoen als een succesvolle burger met een bij elkaar passend servies op tafel en een vers laagje boenwas op het parket. Wanneer er vrienden langskomen spendeer ik dan ook een hele dag (en soms ook nacht) aan opruimen, poetsen en opkloppen om bij het openen van de deur toch nog langs mijn neus weg “let niet op de rommel” te laten vallen. Tijdens deze ploetersessies neem ik mezelf ook altijd voor om het “nooit meer zo ver te laten komen”, maar nog geen 48 uur later is mijn vloer weer een creatieve collage van schoenen, wijnkurken en bifiworstverpakkingen waar zowel ik als mijn lief enkel letterlijk over struikelen.

Na een zesentwintig jaar durende platonische relatie met “orde en netheid” heb ik besloten om het heft en de bezemsteel uit handen te geven. En eerlijk, ik ben opgelucht. “Een schoon huis, een schoon geweten” luidt het gezegde, en desondanks de wetenschap dat er mensen zijn die het wél allemaal klaarspelen voel ik dat uitkomen voor je eigen falen en schandalen inderdaad een soort Detol voor de geest kan zijn.

 

Bij deze:

– Desondanks ettelijke artikels en gesprekken snap ik niet veel van de toestand in Syrië

– Ik heb nog nooit een seconde van Breaking Bad gezien. Of van Grey’s Anatomy, Borgen of Homeland

– Ik ben te bang om alleen met de auto te rijden en heb mijn voorlopig rijbewijs dus opzettelijk laten vervallen

– Ik borstel mijn haar enkel wanneer ik het gewassen heb (en zelfs dan nog)

– Ik zeg dat ik allergisch ben aan wespen terwijl ik eigenlijk gewoon belachelijk bang van hen ben

– Ik ben nog nooit meer dan vijf kilo afgevallen zonder die er de week erna in een recordtempo weer bij te kweken

–  Ik kon Moby Dick niet uitlezen in het middelbaar en ben er sindsdien nooit meer aan begonnen.

– Ik ben nog nooit in mijn leven een uur vroeger opgestaan om vrijwillig een sportieve activiteit uit te oefenen

– Ik ken het verschil tussen links en rechts enkel wanneer ik naar mijn duimen kijk

– Ik woon al bijna heel mijn leven in Antwerpen en slaag er nog steeds in de metro naar de foute kant te nemen

– Ik ga iedere maand in het rood op mijn zichtrekening

– Ik gok maar wat tussen de verschillende programma’s van mijn wasmachine

– Mijn hardgekookte eitjes zijn altijd te zacht